NEDERLAND         in English

Recht op onderdak
Recht op gezondheidszorg

Recht op eerlijke arbeidsomstandigheden
Recht om zich te organiseren
Recht op onderwijs en vorming

Recht op inkomenszekerheid

Recht op familieleven

Recht op morele en fysieke integriteit

Recht op juridische bijstand

Aanvullende informatie

1. Recht op onderdak

Kunnen mensen zonder papieren terecht in publieke huisvestingsvoorzieningen of in een particulier opvangcentrum dat  publieke financiering ontvangt? 

Sinds de invoering van de Koppelingswet worden sociale huisvestingsdiensten in feite ontzegd aan mensen zonder papieren. Gemeenten beslissen echter vaak opvangfaciliteiten aan te bieden voor bepaalde groepen mensen zonder papieren (Dublin-claimanten, mensen die een hernieuwde aanvraag indienen).

Kan een huisbaas op legale wijze een appartement verhuren aan iemand zonder papieren?

Geen informatie voorzien.

2. Recht op gezondheidszorg

De Koppelingswet, die van kracht werd op 1 juli 1998, ontzegt mensen zonder papieren het recht op ziektekostenverzekeringen. De wet koppelt dit recht, samen met alle andere aanspraken op collectief gefinancierde voorzieningen, aan de verblijfsstatus.

Het heeft een aantal jaren geduurd voor deze wet aangenomen werd, vooral omwille van het verzet van mensenrechtenorganisaties en organisaties van geneesheren (zoals de koninklijke beroepsorganisatie van de Nederlandse artsen). Al deze organisaties beseften dat het ontzeggen van het recht op verzekeringen aan mensen zonder papieren problemen zou veroorzaken bij het verkrijgen van toegang tot gezondheidszorg. Bovendien is er een kritische herziening geweest van de eerste versie van de wet in het licht van de kinder- en vrouwenrechten.

Hebben mensen zonder papieren toegang tot de openbare gezondheidszorg of bestaat er een bijzondere gezondheidsdienst enkel voor mensen zonder papieren?

Dringende medische zorg

De Koppelingswet wijzigde Artikel 8b van de Nederlandse Vreemdelingenwet. De nieuwe versie van dit artikel zegt dat mensen zonder papieren enkel recht hebben op collectief gefinancierde voorzieningen wanneer er sprake is van ‘dringende medische zorg’ of ter preventie van risico’s voor de volksgezondheid. Voorwaarde voor de implementatie van de wet was dat dringende medische zorg beschikbaar zou blijven en dat de kosten ervan niet doorgerekend zouden worden naar de verstrekkers.

Ten gevolge van hevige tegenstand heeft de verantwoordelijke minister de definitie van ‘dringende medische zorg’ gewijzigd en meermaals gesteld dat elke arts de plicht heeft om gelijk wie hulp te verschaffen, ongeacht maatschappelijke positie, ras, geloof, enz. In plaats van het woord ‘dringend’ wordt de term ‘noodzakelijk’ gebruikt.

De officiële omschrijving van ‘dringende medische zorg’ is als volgt:

Sinds de aanname van de wet zijn er onder artsen, maar vooral bij de financiële diensten van ziekenhuizen, heel wat misverstanden geweest rond de betekenis van ‘dringende medische zorg’. Mensenrechtenorganisaties zoals de Johannes Wier Stichting zien het als hun taak om het personeel van gezondheidsdiensten te informeren over de precieze betekenis van de term.

Het Koppelingsfonds

Twee maatregelen werden genomen om te verzekeren dat de kosten van gezondheidszorg niet op de schouders van de verstrekkers zouden vallen. De eerste maatregel betreft het kostelijkste gedeelte van het gezondheidszorgsysteem, met name hospitalisatie. Ziekenhuizen beschikken over een speciale afschrijving voor onbetaalde rekeningen (‘dubieuze debiteuren’). Sinds het van kracht zijn van de Koppelingswet wordt het bedrag van het budget voor dubieuze debiteuren elk jaar opnieuw bepaald; tevoren gebeurde dit op driejaarlijkse basis. Opgemerkt moet worden dat de kosten van een hospitalisatie van mensen zonder papieren door middel van deze ‘dubieuze debiteuren’-regeling in feite betaald worden uit collectief gefinancierde middelen.

De tweede maatregel is het Koppelingsfonds, opgericht voor ‘eerstelijnszorg’ (zoals artsen, verloskundigen, apothekers). Dit Fonds, dat 5 miljoen euro bevat, dient niet om de rekeningen van patiënten te betalen, maar eerder om de artsen te vergoeden voor een verlies aan inkomsten. De 5 miljoen euro van het Fonds zijn voornamelijk de besparingen uit de andere onderdelen van de wet. De besparingen op sociale zekerheid, kindergeld enz werden geschat op 5 miljoen euro. Dit was een budgettair neutrale oplossing, niet gebaseerd op een schatting van de noden.

Het Fonds is nu twee jaar in werking. Aanvankelijk vreesden NGO’s dat de 5 miljoen euro niet zouden volstaan, maar nu blijkt dat zelfs deze 5 miljoen niet ten volle gebruikt worden. Het probleem is dat het erg moeilijk is om een aanvraag te laten goedkeuren door het Fonds. Allereerst zijn er verschillende cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet worden. De gezondheidszorgverstrekker moet bewijzen dat de persoon werkelijk geen papieren heeft, dat er voor de kosten niet op een andere manier vergoeding kan geëist worden, dat de verstrekte zorg dringend was en dat de financiële last voor de verstrekker ‘excessief’ was. Verder kunnen individuele artsen onbetaalde rekeningen van hun patiënten niet aangeven. Geld aanvragen bij het Fonds moet gezien worden als subsidies aanvragen. Aanvragen moeten gedaan worden door een instituut in het kader van een regionale samenwerking [1][2]. Het geld dat aangevraagd wordt moet een schatting zijn van de kosten van het komende jaar, gebaseerd op de kosten tijdens het jaar ervoor. In de praktijk constateerden NGO’s dat GGD’s (Gemeentelijke Gezondheidsdiensten) bereid waren om toegang tot gezondheidszorg te organiseren.

Vrijwilligersorganisaties (zoals de Johannes Wier Stichting en vele andere) hebben veel werk verricht om de moeilijkheden bij het bekomen van dit geld duidelijk te maken. Als gevolg hiervan zijn enkele wijzigingen aangebracht. De procedure om financiële aanvragen te doen bij het Fonds wordt makkelijker en de criteria die door het bestuur van het Fonds gehanteerd worden, worden losser. Er is een tendens in de richting van een normaler claimsysteem.  

TOEGANG TOT HUISARTSEN EN ZIEKENHUIZEN

Het systeem in Nederland vereist dat elke wet na 3, 4 of 5 jaar geëvalueerd wordt. Daarom heeft de regering enkele onderzoeken laten uitvoeren met betrekking tot de toegankelijkheid van medische zorg voor mensen zonder papieren. Gebaseerd op de resultaten van deze onderzoeken kan het volgende gezegd worden.

HUISARTSEN

Wat betreft de toegankelijkheid van huisartsen werd het laatste onderzoek pas zeer recent gevoerd (NIVEL, 2000). Huisartsen, vroedvrouwen en eerstehulpafdelingen van ziekenhuizen werden geïnterviewd om een overzicht te krijgen van deze toegankelijkheid. De conclusie van dit onderzoek luidde dat huisartsen in het algemeen gemakkelijk toegankelijk zijn. Wel werd opgemerkt dat in bepaalde regio’s in grote steden met een concentratie aan vreemdelingen (meer dan 10%) een beperkt percentage van de huisartsen (5%) zeer regelmatig mensen zonder papieren op consultatie hebben. Vaak zijn er enkele huisartsen die de reputatie hebben diensten te verlenen aan mensen zonder papieren; het aandeel onverzekerde patiënten in hun praktijk kan dientengevolge zeer hoog zijn (NIVEL, 2000:38).

Vermits het de individuele zorgverstrekker is die beslist een patiënt al dan niet te behandelen, kunnen patiënten zelf op geen enkele manier protesteren of klacht indienen bij enige instantie met betrekking tot het niet ontvangen van hulp. Mensen zonder papieren worden meer en meer afhankelijk van de enkele personen die bereid en in staat zijn deze diensten te leveren, zelfs al zijn er geen juridische of financiële obstakels.

In deze context moet vermeld worden dat het De Witte Jas Gezondheidscentrum in Amsterdam, dat medische zorg verleende aan mensen zonder papieren, aankondigde te zullen sluiten. Eén van de redenen die zij hiervoor gaven, was dat zij vonden dat het tijd werd dat huisartsen de verantwoordelijkheid voor het behandelen van onverzekerde personen overnamen. Door een punt te zetten achter zijn diensten hoopt het Gezondheidscentrum leden van het medische beroep te dwingen zorg te verlenen aan clandestiene immigranten en onverzekerde personen (MNS, maart 2001).

ZIEKENHUIZEN

In de praktijk is toegang tot ziekenhuizen vrij moeilijk. Het kan gebeuren dat de financiële adviseur van het ziekenhuis een interview heeft met de persoon zonder papieren zodra hij toekomt om tot een overeenkomst te komen met betrekking tot de rekeningen. Als zij niet tot een overeenkomst kunnen komen en er is geen sprake van een levensbedreigende situatie, zal het ziekenhuis niet helpen. Bepaalde ziekenhuizen aanvaarden betaling via afbetalingen achteraf. Sommige ziekenhuizen blijven rekeningen opsturen, maar vorderen deze nooit echt op; het kan echter gebeuren dat verdere behandeling geweigerd wordt aan een persoon die eerdere rekeningen niet betaalde.

Volgens het hierboven geciteerde onderzoek is 20% van alle verwijzingen naar een ziekenhuis niet succesvol. Drie redenen worden hiervoor aangegeven: de patiënt weigert naar een ziekenhuis te gaan, de huisarts beslist de patiënt zelf te behandelen omwille van zijn onverzekerde status, of het ziekenhuis vraagt een financiële garantie. Deze feiten bewijzen dat voldoende kennis van het bestaan van ‘dubieuze debiteuren’ nog steeds ontbreekt. Het is nog steeds noodzakelijk dat de arts die de verwijzing doet, de financiële directeurs van de ziekenhuizen opbelt om hen te informeren over het bestaan van dit systeem.

In zijn uitgebreide studie omtrent het leven van mensen zonder papieren in Rotterdam stelt prof. Engbersen vast dat de weg waarlangs een persoon een ziekenhuis binnenkomt, cruciaal is (Engbersen en Burgers, 1999). Als de patiënt binnenkomt via een polikliniek, kan hulp geweigerd worden. Wanneer de persoon binnenkomt via spoed, wordt altijd hulp geboden. Engbersen merkt verder op dat toegang tot ziekenhuizen problematischer is dan toegang tot huisartsen vermits de spanning tussen medisch-ethische en financieel-administratieve aspecten groter is wanneer deze niet (zoals voor een huisarts) verenigd zijn in één persoon.

Hebben gezondheidszorgdeskundigen de plicht een persoon zonder papieren te melden bij de autoriteiten? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Geen informatie voorzien.


3. Recht op eerlijke arbeidsomstandigheden

Bepaalt de nationale arbeidswet dat een werkgever verplicht is iemand zonder papieren te betalen voor volbracht werk, zelfs als de werknemer geen wettelijke verblijfs- of werkvergunning heeft?

Geen informatie voorzien.

Als een persoon zonder papieren een ongeval heeft op de werkvloer, kan hij/zij dan schadevergoeding ontvangen van de sociale zekerheid (via een ongevallenverzekering) om de kosten van de behandeling of toegediende zorg te dekken?

Geen informatie voorzien.

Kan een persoon zonder papieren een rechtszaak aanspannen tegen een werkgever omwille van niet-uitbetaalde lonen?

Geen informatie voorzien.


4. Recht om zich te organiseren

Hebben mensen zonder papieren het recht om zich te organiseren?

Geen informatie voorzien.

Kan iemand zonder papieren lid zijn van een vakbond?

Ja.


5. Recht op onderwijs en vorming

Kunnen minderjarigen zonder papieren (onder de leeftijd van 18 jaar) zich inschrijven in scholen?

Ja, onderwijs is toegankelijk voor kinderen tot 18 jaar. Niettemin zijn vele ouders op hun hoede om hun kinderen naar school te sturen, omdat ze zouden kunnen opgespoord worden via hun kinderen. Er zijn gevallen geweest waar scholen afkerig stonden tegenover het inschrijven van kinderen zonder papieren of zelfs weigerden dit te doen.

Zijn scholen verplicht de aanwezigheid van kinderen/adolescenten zonder papieren te melden aan de autoriteiten?

Hoewel de Koppelingswet bepaalt dat alle informatie met betrekking tot mensen zonder papieren gekoppeld wordt om hen uit te sluiten van overheidsvoorzieningen, zijn de scholen niet verplicht mensen zonder papieren te melden.

Ontvangen scholen enige financiering voor deze kinderen/adolescenten?

Ja.

Hebben volwassenen zonder papieren (ouder dan 18 jaar) recht op onderwijs en vorming?

Neen, niet in scholen of universiteiten van de overheid. Een uitzondering kan toegestaan worden wanneer de persoon in kwestie de cursus gestart is vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Er zijn enkele andere uitzonderingsgevallen, zoals asielzoekers die een opleiding aan de universiteit gestart zijn vóór hun asielaanvraag afgewezen werd en zij daardoor illegaal werden, waar het mogelijk is minstens een deel van de studies alsnog te voltooien.

Wel zijn er NGO’s en andere organisaties die cursussen aanbieden (taalcursussen etc).

Voor meer informatie omtrent de rechten van kinderen zonder papieren in Nederland:

www.defenceforchildren.nl

Andere relevante websites voor Nederland:

www.rechtoponderwijs.nl

www.minocw/asielzoek.nl

6. Recht op een minimum leefloon

Hebben mensen zonder papieren recht op bijstandsuitkeringen van de overheid?

Mensen die sociale uitkeringen ontvingen vóór de introductie van de Koppelingswet en wiens procedure nog steeds in behandeling is, ontvangen uitkeringen ofwel van de sociale dienst ofwel van een speciaal fonds gecreëerd door lokale overheidsbesturen. In alle andere gevallen echter kunnen mensen zonder papieren geen uitkeringen ontvangen.


7. Recht op familieleven

Kan een persoon zonder papieren wettelijk trouwen of wettelijk samenwonen?

Ja, maar als iemand zonder papieren op legale wijze in Nederland wil wonen met zijn/haar echtgeno(o)t(e) of partner en een aanvraag wil indienen voor een verblijfsvergunning, moet hij/zij terugkeren naar zijn/haar land van oorsprong en een M.V.V. aanvragen (toelating voor tijdelijk verblijf) bij de Nederlandse ambassade. Enkel met deze M.V.V. kan hij/zij een verblijfsvergunning aanvragen bij de vreemdelingenpolitie. Bovendien zullen zij vragen om een geldig paspoort (minimum 1 jaar) en de partner zal een arbeidscontract moeten hebben (minstens geldig voor 1 jaar). Deze vereisten maken het erg moeilijk of gewoon onmogelijk voor ex-asielzoekers om te trouwen.

Is het wettig om een persoon zonder papieren het land uit te zetten zonder zijn/haar echtgeno(o)t(e) of kind(eren)?

Als de familie tesamen het land binnengekomen is, kunnen zij niet afzonderlijk uitgezet worden. Als zij echter afzonderlijk binnengekomen zijn en één van de leden is een Dublin-claimant (dit is iemand waarvan het asielverzoek volgens de Nederlandse regering in een ander land behandeld moet worden), kunnen en zullen zij gescheiden worden (er zijn zeer weinig uitzonderingen op deze regel).

8. Recht op morele en fysieke integriteit

Zijn er regels en reglementeringen die het recht op integriteit van mensen zonder papieren in dit land ondersteunen?

Nee, en zelfs vandaag de dag is er discussie over het invoeren van een tandheelkundig of DNA-onderzoek bij asielzoekers om hun leeftijd te bepalen (minderjarigen) of om de familiale relatie te bepalen in het geval van een vraag om gezinshereniging.

Is dit land veroordeeld geweest wegens het niet respecteren van internationale overeenkomsten met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke integriteit van mensen zonder papieren?

Geen informatie voorzien.

Zijn  gesloten asielcentra  toegankelijk voor niet-gouvernementele organisaties?

In vele centra zijn enkel Vluchtelingenwerk-verenigingen toegelaten. Een bezoeker kan enkel binnen op vraag van de asielzoeker.


9. Recht op juridische bijstand

Hebben mensen zonder papieren op elk moment recht op kosteloze rechtsbijstand van een jurist of advocaat?

Door de overheid gefinancierde rechtsbijstand is toegankelijk voor mensen zonder papieren.

Kunnen mensen zonder papieren kosteloos hun rechten verdedigen voor een rechtbank of hoger gerechtshof?

Ja, als de zaak gerelateerd is aan hun verblijfsstatus.


Aanvullende informatie

Boeken en rapporten

Ontkend bestaan, Missionair Centrum (Landelijk Dienstencentrum SOW kerken, Nederland), June 2001. De video ‘Ontkend bestaan’ vertelt de verhalen van dakloze migranten in Nederland. De video belicht voorbeelden van de vele verenigingen en initiatieven die begaan zijn met de benarde situatie van deze migranten. Een lokale bestuursvertegenwoordiger wordt geïnterviewd over de dilemma’s waarmee lokale besturen geconfronteerd worden ten gevolge van het restrictieve nationale beleid.

De video is bedoeld voor gebruik in groepen, met name om in kerken en in de brede gemeenschap een discussie te houden over het asielbeleid. De tape duurt 20 minuten en kost 35 euro. De tape wordt vergezeld van een brochure met achtergrondinformatie. De video en de brochure kunnen besteld worden bij: Missionair Centrum, Putgraaf 3, 6411 GT Heerlen, +31 45 571 19 80, miscentr@cuci.nl